Varkens Vandaag

Varkens Vandaag brengt het echte verhaal in de media

Column Moniek van den Bosch

| Geen reacties

De zoekbeer Moniek van den Bosch

Bij het bedrijf waar ik werk hebben we sinds kort prachtige bezoekersgangen naast de stallen zodat klanten, potentiele klanten of andere gasten alles kunnen zien wat we doen. Enige tijd gelden hadden we een open dag in de stallen voor mensen van binnen ons bedrijf, maar die totaal niks met de varkens te maken hebben. De IT’ers, controlers, secretaresses ect. Mijn taak was om uitleg te geven bij de dekstal, kraamstal en een van de biggenbatterijen. Nu doe ik dat natuurlijk wel vaker, maar niet vaak voor mensen helemaal niks van varkens weten of nog nooit in een varkensstal geweest zijn. Lesje varkenshouderij voor dummies zeg maar. Bij binnenkomst in de gang viel de blik van de mensen in de rondleiding meteen op de beer die prachtig in het zicht vanuit het raampje lag te slapen. 

“Dit is onze zoekbeer”, begin ik vol enthousiastme.

“Wat een enorm varken!”; schreeuwt de een. “Een zoekbeer?” vraagt de ander.

Ai, daar ging het al mis… een vakterm.. Vele vragende gezichten kijken me aan.

“Een beer is een mannetjes varken”

“En wat zoekt hij dan?” is de logische vraag die volgt.

“We gebruiken hem om de dames die gedekt moeten worden te stimuleren”

“Mag hij al deze dames dekken?”; vraagt een van de mannelijke bezoekers.

“Nee, die worden geinsemineerd”

“Dus hij mag niks?!”; reageerd de man bijna geschokkeerd.

Nou, hij mag een zeug per ronde dekken om *hoe zeg ik dit nu weer* actief te blijven”

Veel gegniffel en licht schuine opmerkingen volgen.

De volgende vraag wordt gesteld:

“Hoe weet je dan wanneer je de zeug moet dekken?”

“Door het gedrag van de zeug. Die laat een zogenaamde sta-reflex zien. Ze loopt dan niet meer weg wanneer de beer haar wil dekken.”

“Ow… waarom dat?”

Daar gaan we…. Nu proberen netjes uit te leggen Moniek.

“De dekking van de beer duurt ongeveer een minuut of 5, dus het is van groot belang dat de zeug goed blijft staan. Dus de stareflex is de oplosssing die moeder natuur heeft gevonden”.

Ik kijk afwachtend naar de gasten of ze het een beetje snappen en nog meer willen weten over het liefdesspel tussen zeug en beer. De gasten kijken afwachtend terug of kijken door het raam naar onze slapende beer in zijn hok.

“Mannelijke varkens kunnen toch ook zo stinken?” vraagt vervolgens een van de gasten.

“Ja dat klopt. Daarom worden beertjes ook nog gecastreerd, maar dit is aan het verdwijnen in Nederland.”

“Hoe ruikt dat dan?” wordt er gevraagd.

“Ik heb geen idee. Ik kan het niet ruiken.” ; antwoord ik. “Maar ze zeggen dat het een soort sterke urine lucht is. Minder dan 5% van de beren heeft deze lucht. Daarbij komt ook nog eens dat niet iedereen het kan ruiken. Er wordt geschat dat 30-35% van de consumenten het niet ruikt”

Enige discussie tussen de bezoekers onderling volgt. Sommigen geven duidelijk aan al eens een stukje vlees in de pan te hebben gehad van een beer, terwijl anderen het liefste naar binnen zouden willen stappen om uit te vinden of ze het nu wel of niet ruiken.

“Laten we verder lopen naar de kraamstal” opper ik. “Ik hoorde van onze stal medewerkers dat er net een zeug die bij het raam ligt aan het werpen… euhm bevallen is” zeg ik wederom vol enthousiastme, me niet realiserende dat ik wellicht de enige in dit gezelschap ben die dat boeiend vind om te zien.

“Nou dat hoef ik niet te zien” zegt een van de dames resoluut. Eenmaal bij het raam aangekomen kan ze haar nieuwsgierigheid echt niet bedwingen en staat ze toch te kijken. “Ik dacht dat biggen veel groter waren als ze werden geboren?”; zegt de een. “Wat een schatjes!” roept de ander.

“Hoeveel krijgt ze er?”

“Onze zeugen krijgen gemiddeld 15-16 biggen”; antwoord ik.

“Wat veel! Ik moet er niet aan denken!”. Toch grappig hoe mensen altijd dit soort dingen meteen naar zichzelf vertalen, denk ik in mezelf.

“Moeten jullie deze biggen nu allemaal met de fles grootbrengen?”

Die vraag had ik niet helemaal aan zien komen.. “Euhm… Nee, dat doet de moeder. We proberen haar als ze er echt veel biggen heeft wat te helpen door biggen over te leggen naar een andere zeug met wat minder biggen of door kunstmelk bij te voeren”.

“ooohw..” is de reactie die volgt.

Na ook de speelse biggen in de biggenbatterij te hebben laten zien, waarbij ik uiteraard ook moest uitleggen waarom een biggenbatterij een biggenbatterij wordt genoemd *weer een vakterm gebruikt*, neem ik afscheid van de gasten.

“Ik heb een hoop geleerd”

“Dank je wel! Het was interessant” zegt de ander.

Ook ik heb weer een hoop geleerd. Hoe moeilijk het is niet in vaktermen te praten en dat er echt mensen zijn in deze wereld die nooit een varken hebben gezien (moeilijk te bevatten als het je werk is). Toch was ik blij verast door vragen die ik kreeg. Heb echt het gevoel alsof er een wereld voor ze is open gegaan en een paar leuke weetje hebben opgestoken om op een willekeurige verjaardag in de groep te gooien.

Geef een reactie

Verplichte velden zijn aangegeven met een *.